Het ligt voor de hand om in tijden van crisis door een economische
bril naar flexibele arbeid te kijken. Maar, bepleit hoogleraar
Employability Aukje Nauta, werkgevers moeten hun personeel niet alleen
als productiemiddel zien. ‘Als je echt in ze investeert levert dit veel
meer op.’
Volgens Aukje Nauta doen mensen graag wat
extra’s, ook op hun werk. Maar dan moeten ze daar wel de ruimte voor
krijgen. Bedrijven moeten hiƫrarchische besluitvorming laten varen en
hun medewerkers het idee geven dat ze er echt bij horen.
Hoe moeten ze dit aanpakken?
‘Nou,
dan gaat het niet alleen om dingen als een goed salaris betalen. Je
moet er als werkgever ook voor zorgen dat je werknemers de ruimte geeft
om hun professionaliteit zelf tot wasdom te laten komen. Dit gaat beter
wanneer je individuele afspraken met ze maakt. Waar zijn ze goed in? Hoe
willen ze zich ontwikkelen? Dit moet je per persoon bekijken.’
Hoe belangrijk is de input van de werknemers zelf?
‘Heel
belangrijk! Ik heb bijvoorbeeld bij een onderzoeksinstituut gewerkt
waar iedereen dezelfde cursus projectmanagement moest volgen. De cursus
was gericht op het managen van grote projecten aan de hand van
spreadsheets. Iedereen werd door dezelfde mal gehaald, terwijl het op
deze manier managen van grote projecten bij mij nooit wat wordt. Daar
ben ik te ongestructureerd voor.’
‘Dit kan ook anders. Je
moet binnen een organisatie kijken wie waar goed in is en als je dit
helder voor ogen hebt is het een kwestie van de juiste mensen de juiste
mogelijkheden bieden. Dan hoeven er veel minder mensen op cursus, want
ze leren dan tijdens het werk zelf en ontwikkelen datgene waar ze goed
in zijn steeds verder. Werkgevers moeten hun werknemers als mensen zien,
niet als machines die allemaal hetzelfde kunstje moeten doen. Als je
echt in ze investeert levert dit veel meer op. ’
Geldt dit
ook als er bezuinigd moet worden? Dan is het in de praktijk toch vaak:
flexibele arbeidskrachten eruit, en de mensen in vaste dienst kunnen
blijven.
‘Met flex heb ik het niet alleen over dingen als
uitzendwerk, nulurencontracten en oproepkrachten. Kwalitatieve
flexibiliteit is ook heel belangrijk. Dit betekent dat mensen in staat
moeten zijn om meer te doen dan wat er in hun functieomschrijving staat.
Flexibiliteit moet duurzamer worden georganiseerd. Dit betekent dat we
geen onderscheid maken tussen eersterangs (vaste) werknemers en
tweederangs (flexibel) personeel, maar dat iedereen een beetje flex
wordt.
Wat bedoel je? Iedereen flexwerker?
‘Organisaties
zouden flexibiliteit niet met een goedkope flexibele schil moeten
regelen, maar ze moeten bij wijze van spreken ruimer in hun jasje gaan
zitten. Dit betekent dat mensen voor tachtig procent doen waar ze voor
zijn aangesteld, en voor twintig procent de vrijheid hebben om verder te
kijken. Ook kan ze worden gevraagd om ergens anders in te springen.
Flexibiliteit kan, meer dan nu het geval is, intern worden geregeld.’
Dit
lijkt me lastig, het is nu zo dat de oudere werknemers vaak een vast
contract hebben en de jongere flex zijn. Hoe lossen we dit op?
‘We
hangen allemaal aan bepaalde verworven rechten, zeker in crisistijd.
Vakorganisaties moeten dus over hun schaduw heen springen. Bedrijven
moeten lef tonen. Wees creatief, kom met oplossingen die de kloof tussen
vast en flex verkleinen!’
‘Nu is het vaak zo dat wanneer er
bezuinigd moet worden, er mensen uit moeten. Waarom zou je in plaats van
dit door managers te laten regelen niet samen met je personeel rond de
tafel gaan om te kijken of je ook op een andere manier kan besparen? Dit
betekent dat je medewerkers als volwaardige leden van de
werkgemeenschap ziet, als leden van een community die wil overleven.’
Mooi! Maar dit klinkt als toekomstmuziek.
‘Ja, het is een soort droom. Je kan dit niet opleggen aan bedrijven maar we kunnen er, al experimenterend, wel naar toe.’
Meer lezen van Aukje Nauta?
Klik hier om haar boek ‘Tango op de werkvloer’ te downloaden.
Klik hier voor het artikel ‘Iedereen Flex’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten