dinsdag 29 juli 2014

In dialoog met de SER: Hoe werken we in de toekomst?

Wat is er nodig om de arbeidsmarkt goed te kunnen laten functioneren? Deze vraag stelde de SER dit voorjaar tijdens drie regiobijeenkomsten aan meer dan 400 mensen in Den Bosch, Zwolle en Utrecht, waaronder Lies Pol van Brooklyn. Deze maand verscheen de opbrengst in het verslag Hoe werken we in de toekomst? In dialoog met de SER.

Het doel van de regiobijeenkomsten was om zoveel mogelijk input te verzamelen voor het SER-advies over de toekomstige arbeidsmarktinfrastructuur en inrichting van de WW, waar de raad momenteel aan werkt. In onderstaande animatievideo van de SER wordt uitgelegd hoe de huidige arbeidsmarkt in elkaar zit, en waarom dit zo belangrijk is.

 

Complex
Het advies is een complexe opgave, en daarom ging de raad in 50 tafeldialogen in gesprek met mensen met uiteenlopende rollen op de arbeidsmarkt: van werknemers tot werkgevers en van intermediairs tot gemeentambtenaren. De SER wilde weten welke kansen ze zien, welke belemmeringen ze ervaren en welke mogelijkheden er zijn om de arbeidsmarkt te verbeteren.

Centraal stond de vraag hoe mensen makkelijker en vaker een overstap kunnen maken naar een nieuwe baan zonder eerst een tijd werkloos te zijn. Ook kwam de vraag aan bod wat te doen als iemand toch onverhoopt thuis komt te zitten. Hiernaast passeerden veel bredere observaties over de arbeidsmarkt van nu en in de toekomst de revue.  

Aanbevelingen
De SER is heel blij met de opbrengst van het initiatief, dat tot een aantal bruikbare aanbevelingen leidde die de raad mee gaat nemen in de voorbereiding van zijn advies, dat later dit jaar gepresenteerd zal worden.  

Klik hier voor het verslag Hoe werken we in de toekomst? In dialoog met de SER.

(Realisatie: SCHERP! media)

maandag 7 juli 2014

‘Mentale flexibiliteit is een houding’

In de rubriek ‘Vijf vragen aan…’ voelt PdJP loopbaanprofessionals en wetenschappers aan de tand. Deze  maand is het de beurt aan bedrijfspsycholoog Felix Steemers, die stelt dat mentale flexibiliteit een positief effect heeft op inzetbaarheid. 


Steemers promoveerde in 2010 aan de Vrije Universiteit (VU) op een onderzoek naar blijvende inzetbaarheid in langere loopbanen. ‘Ik zag verschijnselen in het verouderende personeelsbestand die me zorgen baarden. Ik zag bijvoorbeeld dat veel mensen op een gegeven moment min of meer verstarden in hun werk. Je kan je voorstellen dat je dan aansluiting bij de geldende functioneringsvereisten verliest.’



Wat is de belangrijkste conclusie uit uw onderzoek? 
‘We hebben altijd gedacht dat je gedurende je loopbaan inzetbaar zal blijven als je je blijft scholen en voldoende gevarieerde ervaring op doet. Dat model, dat toch de basis is voor een wijd verbreid denken over inzetbaarheid, blijkt niet te kloppen. Als mensen al verstarren is dat niet in hun functie, maar in hun denken. Een term als ervaringsduur zegt dus helemaal niets want het gaat er niet zozeer om wat die ervaring inhoudt, maar om wat je er mee doet en wat die ervaring met jou doet.’

Je moet in je werk dus constant denken: wat zou er beter kunnen? 
‘Ja, precies. Mensen bouwen in hun leven een mentale bagage op die ze actueel en relevant moeten houden. Hiervoor heb je mentale flexibiliteit nodig, wat betekent dat je reflecteert en dat je bepaalde zaken vanuit een ander perspectief moet proberen te bekijken. Het vraagt een zekere vorm van experimenteren, het vraagt van je dat je veranderingen niet per definitie afwijst maar open benadert en het vraagt dat je je moet motiveren om je eigen grenzen te verleggen.’

We zijn inmiddels een aantal jaar verder. Wat zijn uw nieuwste bevindingen? 
‘Uit vervolgonderzoek dat ik gedaan hebt blijkt dat mentale flexibiliteit ook enorm belangrijk is in het behoud van mentale gezondheid en belastbaarheid. Mensen die mentaal flexibel zijn vertalen werkdruk minder snel in negatieve gezondheidsconsequenties. Ze sluiten ook veel beter aan bij bijvoorbeeld een lerende cultuur en dit heeft een gunstig effect op de stress die ze binnen een bedrijf ervaren. Wat begon als een studie uit zorg over de tweede loopbaanhelft, heeft nu een optimistische wending gekregen: mentale flexibiliteit steunt ontwikkeling en groei.’

Hoe kan je mentale flexibiliteit bevorderen?
‘Mentale flexibiliteit is een houding die mensen kunnen leren aannemen. Zo heb ik zelf het Mentaal Krachthonk ontwikkeld, een serie sessies gericht op het versterken ervan. Binnen organisaties kan het management een grote rol spelen. Als je als leidinggevende de medewerker uitnodigt om met jou mee te denken dan bevorder je al een belangrijk stuk mentale flexibiliteit. Helaas is dit nog lang niet altijd het geval.’

Wat vindt u van de moderne werk-naar-werktrajecten die Brooklyn uitvoert? 
‘Laat ik vooropstellen dat ik het een heel innovatief concept vind. Het werkprogramma dat ze aanbieden voorkomt dat mensen onnodig gefixeerd raken op alle negatieve consequenties die werkloosheid met zich meebrengt. Uit onderzoek van Gera Noordzij blijkt bovendien dat als je je instelt om een baan te scoren je veel meer moeite hebt met het verwerken van de onvermijdelijke teleurstellingen dan wanneer je je richt op het leren hoe je een baan moet scoren; het concept van Brooklyn speelt hier goed op in. Ze zouden echter nog meer mogen sturen op de ontwikkeling van mentale flexibiliteit. Als je ander werk gaat doen heb je extra mentale flexibiliteit nodig om in je nieuwe functie te kunnen slagen.’

(Realisatie: SCHERP! media)