In de rubriek ‘Vijf vragen aan…’ voelt Brooklyn loopbaanprofessionals en wetenschappers aan de tand. Deze maand legt arbeids- en organisatiepsycholoog Arjan van Dam uit waarom leerdoelen bij de zoektocht naar een nieuwe baan beter werken dan prestatiedoelen.
Hoe haal je het maximale uit een zoektocht naar nieuw werk? Moet je keihard focussen op het vinden van die baan? Niet als je het aan Arjan Van Dam vraagt. Hij deed samen met Gera Noordzij onderzoek naar leergerichte trainingen bij de re-integratie van werkzoekenden. ‘Stel in plaats van prestatiedoelen leerdoelen. Zo’n aanpak werkt veel motiverender.’
Waarom werkt een leergerichte aanpak beter dan een prestatiegerichte aanpak?
‘Prestatiedoelen hebben als beperkende factor dat ze alleen werken wanneer je iets al goed beheerst. Wanneer dat niet het geval is zorgt zo’n doel voor stress. Leerdoelen leveren veel meer op: je leert meer van je fouten, je bent je er beter van bewust dat er meer wegen naar Rome leiden en je zet angst om in vertrouwen.’
Hoe stel je leerdoelen? Nieuw werk vinden is toch per definitie een prestatiedoel?
‘Klopt. De kern is dan ook om een prestatiedoel te veranderen in een leerdoel. Dit is een mentaal proces waarbij je houding heel belangrijk is. Als je een prestatiedoel niet haalt, heb je gefaald. Maar bij een leerdoel vraag je je steeds
af: wat ging er goed, wat niet en wat kan er beter? Voor zo’n aanpak is lef nodig; als je fouten durft te maken word je bovendien vanzelf aantrekkelijk voor werkgevers.’
Is het mogelijk om mensen te laten geloven in leerdoelen wanneer ze gedwongen thuis zitten en helemaal gefocust zijn op een nieuwe baan?
‘Dat is zeker niet altijd makkelijk. Wanneer je onder stress staat is het volgens mij ook moeilijker om leerdoelen te stellen. Dit is iets waar ik graag onderzoek naar zou willen doen. Wat is de invloed van stress? Want daar heb je het over. Hoe werkt het wanneer het moment dat iemand zijn hypotheek niet meer kan betalen dichterbij komt? Hier is een belangrijke rol voor loopbaanprofessionals weggelegd.’
Wat is houdt die rol in?
‘Zij moeten mensen helpen met open vizier naar hun situatie te kijken en de juiste doelen te stellen. Ook loopbaanprofessionals kiezen echter vaak voor een prestatiegerichte aanpak. In het exploratieve traject ligt de nadruk nog op leren, maar wanneer iemand arbeidsmarktklaar is wordt het vinden van nieuw werk een prestatiedoel. Dat is een reflex die ze moeten leren beteugelen. ’
Hoe kunnen loopbaanprofessionals het beter doen?
‘Ze zouden zich nóg bewuster moeten zijn van het verschil tussen leer- en prestatiedoelen. Ze moeten steeds op zoek gaan naar hoe een prestatiedoel kan worden omgebogen in een leerdoel. Dat geldt natuurlijk ook voor nieuw werk vinden. Het gaat erom dat mensen zich richten op wat ze willen en kunnen en zich ontwikkelen in hun zoekproces naar geschikt werk – dan komt die baan vanzelf. Het is hierbij cruciaal dat ze mensen aanmoedigen om fouten te maken. Als je goed wil worden in slootjespringen moet je ook eerst een paar keer een nat pak halen. Fouten maken moet!’
Meer lezen van Arjan van Dam? Klik hier om zijn boek De Kunst van het Falen te bestellen.
(Realisatie: SCHERP! media)
dinsdag 30 september 2014
maandag 22 september 2014
‘Fluitend naar je werk gaan, dat is het belangrijkste’
Jeroen Vos is als Bestuurder Woondiensten bij FNV Bouw nauw betrokken bij de Nederlandse woningcorporaties, waar reorganisaties aan de orde van de dag zijn. Brooklyn sprak met hem over de omslag die de sector (nog) moet maken. De woningcorporaties zitten in zwaar weer. Door omvangrijke schandalen heeft hun imago een behoorlijke deuk opgelopen en door de veranderende economische omstandigheden moeten ze noodgedwongen reorganiseren. Slecht nieuws, vooral voor de werknemers. ‘Je ziet dat de werkgeversrol van de corporaties verandert,’ zegt Vos.
Wat is het belangrijkste vraagstuk voor de FNV?
‘De sector is altijd een werkveld geweest waar je een baan voor het leven had, maar die zekerheid geldt niet meer. Wat als er verandering optreedt? Hoe ga je daar als medewerker mee om? Hoe zorg je ervoor dat je weer perspectief krijgt? Dit niet alleen wanneer je door een reorganisatie boventallig wordt verklaard, maar ook wanneer je tegen je zin een andere functie krijgt. Wij willen dat de mensen fluitend naar hun werk gaan, wat er ook gebeurt.’
Hoe probeert de FNV dit in de praktijk te bewerkstelligen?
‘Via een sociaal plan: wanneer er een reorganisatie plaatsvindt worden wij ingevlogen. We kijken wat de gevolgen zijn voor het personeel en stellen aan de orde hoe de directie om zou moeten gaan met de veranderingen op individueel niveau. Wat gaan ze voor de medewerkers regelen? Wanneer zo’n sociaal plan rond is, schakelen we vervolgens bureaus als Brooklyn in om een traject te begeleiden. Het is niet zo dat mensen voor wie het een en ander verandert zich juichend bij Brooklyn melden, maar door de manier waarop er met ze om wordt gegaan en door het perspectief dat wordt geboden krijg ik vooral positieve reacties. De oorzaak is nooit leuk, maar je biedt wel iets waarmee mensen weer verder kunnen.’
Zo’n sociaal plan kost geld. Hoe staan de woningcorporaties hier over het algemeen in?
‘Men moest eerst even wennen aan het feit dat wij deze rol op ons nemen. Gelukkig hebben directies vaak wel oren naar onze ideeën, en willen ze daar ook afspraken over maken. Ze erkennen het probleem en zien in dat het getackeld moet worden. Wanneer de vakbond de begeleiding regelt is het bovendien voor medewerkers prettiger dan wanneer het door de werkgever wordt opgelegd. Iemand die de verandering niet aan denkt te kunnen heeft een andere mentale conditie dan iemand die denkt: carrière, here we come. Daar moet je rekening mee houden.’
Waarom is duurzame inzetbaarheid zo belangrijk?
‘Je ziet nu heel sterk in discussies en cao-onderhandelingen dat duurzame inzetbaarheid een probleem is. Bij de woningcorporaties is weinig mobiliteit en daar is op zich niets mis mee, maar het moet geen vanzelfsprekendheid zijn. Als je kijkt naar de voorspellingen is het vrij zeker dat het er voor bepaalde beroepsgroepen binnen de corporaties niet goed uit ziet. Door automatisering gaan administratieve functies verdwijnen. Dat besef dringt ook steeds meer door tot de mensen die zo’n soort baan hebben. Geert-Jan Waasdorp zegt: “iedereen heeft een plan B nodig.” Stel dat het stopt, wat ga je dan doen?’
Het geld voor individuele trajecten wordt vrijgemaakt door mensen te korten op het bedrag dat ze meekrijgen bij ontslag. Hoe gaan jullie hier mee om?
‘Daar hebben we landelijk inderdaad kritiek op gehad. Wij bieden handvatten, maar het kost tijd om dit begrepen en geaccepteerd te krijgen. In een sociaal plan verlagen we de ontslagpremie om geld vrij te maken om mensen perspectief te bieden. Als je geen plan B hebt, en je komt op straat te staan, wat dan? Want geld is zo op. Dat is echt een omslag die gemaakt moet worden.’
(Realisatie: SCHERP! media)
maandag 8 september 2014
Vrijwillige mobiliteit is goed voor werknemer én organisatie
In de rubriek ‘Vijf vragen aan…’ voelt Brooklyn loopbaanprofessionals en wetenschappers aan de tand. Deze maand Rosanne de Vries, mobiliteitsmanager bij de gemeente Groningen. Ze maakt zich sterk voor het benutten van intern talent door vrijwillige mobiliteit.
De gemeente Groningen is vorig jaar gestart met het programma Van werk naar werk, gericht op werknemers die op zoek zijn naar een nieuwe baan. Het programma is niet alleen bedoeld voor mensen voor wie dit pure noodzaak is, maar is ook gericht op vrijwillige mobiliteit. De Vries: ‘Om dit zo efficiënt mogelijk te kunnen doen heeft de gemeente Brooklyn ingeschakeld. In april is de eerste training gestart waarin vrijwillig mobiele medewerkers zich kunnen heroriënteren op een nieuwe baan binnen of buiten de gemeente Groningen.’
Waarom zijn thema’s als vrijwillige mobiliteit en inzetbaarheid zo belangrijk voor de gemeente?
‘Mensen die bij de gemeente werken zitten soms wel twintig jaar op een bepaalde plaats. Dat is niet meer van deze tijd; mensen moeten meer en meer in beweging komen en moeten steeds bezig zijn met hun mobiliteit en inzetbaarheid.’
De training van Brooklyn vormt voor de deelnemers het startpunt op weg naar een nieuwe baan. Wat houdt de training in?
‘De deelnemers gaan op zoek naar hun talenten en gaan zich oriënteren op een andere functie, binnen of buiten de gemeente. Ze komen als het ware even los van hun huidige werk en leren tegelijkertijd hoe de arbeidsmarkt in elkaar zit. De training is vrijwillig, maar niet vrijblijvend: de deelnemers moeten zich honderd procent inzetten en gaan actief aan de slag met hun loopbaan.’
Hoe reageren de deelnemers op de training?
‘De eerste groep is klaar en iedereen is erg enthousiast. De deelnemers weten beter wat ze wel willen en ook wat ze niet willen. Eén van hen zei tegen mij: “Er is een wereld voor me opengegaan.”. Ik ken mensen die al twintig jaar op de afdeling belastingen werken en gewoon niet beter weten. Ze zijn cijfermatig en analytisch goed onderlegd, dus zouden bijvoorbeeld ook prima als financieel adviseur aan de slag kunnen. De werknemers die de training hebben gevolgd zijn zich hier nu een stuk bewuster van. Ze beseffen dat ze hun talenten ook anders in kunnen zetten.’
Waarom hebben jullie Brooklyn ingeschakeld?
‘Veel gemeenteambtenaren zitten echt een beetje vast in hun werk, en dan is het fijn als vreemde ogen dwingen. Het is natuurlijk heel prettig om je arbeidsverleden eens een keer met een extern iemand te delen. De mensen van Brooklyn zitten bovendien al jarenlang in het vak en zijn professionals die mensen die vrijwillig mobiel zijn heel goed kunnen helpen om de eerste stap te zetten op weg naar een nieuwe functie.’
Wat levert de focus op vrijwillige mobiliteit op?
‘Het komt niet alleen de gemeenteambtenaren ten goede, maar ook de organisatie. Je bevordert je in-, door- en uitstroom en blijft wendbaar, wat betekent dat je kan meebewegen met de externe arbeidsmarkt en met externe economische ontwikkelingen. In het verleden vulden we veel vacatures extern in, maar door de focus op vrijwillige mobiliteit blijkt opeens hoeveel human capital we in huis hebben en kunnen we onze vacatures vaak met interne medewerkers vervullen.’
(Realisatie: SCHERP! media)
De gemeente Groningen is vorig jaar gestart met het programma Van werk naar werk, gericht op werknemers die op zoek zijn naar een nieuwe baan. Het programma is niet alleen bedoeld voor mensen voor wie dit pure noodzaak is, maar is ook gericht op vrijwillige mobiliteit. De Vries: ‘Om dit zo efficiënt mogelijk te kunnen doen heeft de gemeente Brooklyn ingeschakeld. In april is de eerste training gestart waarin vrijwillig mobiele medewerkers zich kunnen heroriënteren op een nieuwe baan binnen of buiten de gemeente Groningen.’
Waarom zijn thema’s als vrijwillige mobiliteit en inzetbaarheid zo belangrijk voor de gemeente?
‘Mensen die bij de gemeente werken zitten soms wel twintig jaar op een bepaalde plaats. Dat is niet meer van deze tijd; mensen moeten meer en meer in beweging komen en moeten steeds bezig zijn met hun mobiliteit en inzetbaarheid.’
De training van Brooklyn vormt voor de deelnemers het startpunt op weg naar een nieuwe baan. Wat houdt de training in?
‘De deelnemers gaan op zoek naar hun talenten en gaan zich oriënteren op een andere functie, binnen of buiten de gemeente. Ze komen als het ware even los van hun huidige werk en leren tegelijkertijd hoe de arbeidsmarkt in elkaar zit. De training is vrijwillig, maar niet vrijblijvend: de deelnemers moeten zich honderd procent inzetten en gaan actief aan de slag met hun loopbaan.’
Hoe reageren de deelnemers op de training?
‘De eerste groep is klaar en iedereen is erg enthousiast. De deelnemers weten beter wat ze wel willen en ook wat ze niet willen. Eén van hen zei tegen mij: “Er is een wereld voor me opengegaan.”. Ik ken mensen die al twintig jaar op de afdeling belastingen werken en gewoon niet beter weten. Ze zijn cijfermatig en analytisch goed onderlegd, dus zouden bijvoorbeeld ook prima als financieel adviseur aan de slag kunnen. De werknemers die de training hebben gevolgd zijn zich hier nu een stuk bewuster van. Ze beseffen dat ze hun talenten ook anders in kunnen zetten.’
Waarom hebben jullie Brooklyn ingeschakeld?
‘Veel gemeenteambtenaren zitten echt een beetje vast in hun werk, en dan is het fijn als vreemde ogen dwingen. Het is natuurlijk heel prettig om je arbeidsverleden eens een keer met een extern iemand te delen. De mensen van Brooklyn zitten bovendien al jarenlang in het vak en zijn professionals die mensen die vrijwillig mobiel zijn heel goed kunnen helpen om de eerste stap te zetten op weg naar een nieuwe functie.’
Wat levert de focus op vrijwillige mobiliteit op?
‘Het komt niet alleen de gemeenteambtenaren ten goede, maar ook de organisatie. Je bevordert je in-, door- en uitstroom en blijft wendbaar, wat betekent dat je kan meebewegen met de externe arbeidsmarkt en met externe economische ontwikkelingen. In het verleden vulden we veel vacatures extern in, maar door de focus op vrijwillige mobiliteit blijkt opeens hoeveel human capital we in huis hebben en kunnen we onze vacatures vaak met interne medewerkers vervullen.’
(Realisatie: SCHERP! media)
Abonneren op:
Posts (Atom)

