Jeroen Vos is als Bestuurder Woondiensten bij FNV Bouw nauw betrokken bij de Nederlandse woningcorporaties, waar reorganisaties aan de orde van de dag zijn. Brooklyn sprak met hem over de omslag die de sector (nog) moet maken. De woningcorporaties zitten in zwaar weer. Door omvangrijke schandalen heeft hun imago een behoorlijke deuk opgelopen en door de veranderende economische omstandigheden moeten ze noodgedwongen reorganiseren. Slecht nieuws, vooral voor de werknemers. ‘Je ziet dat de werkgeversrol van de corporaties verandert,’ zegt Vos.
Wat is het belangrijkste vraagstuk voor de FNV?
‘De sector is altijd een werkveld geweest waar je een baan voor het leven had, maar die zekerheid geldt niet meer. Wat als er verandering optreedt? Hoe ga je daar als medewerker mee om? Hoe zorg je ervoor dat je weer perspectief krijgt? Dit niet alleen wanneer je door een reorganisatie boventallig wordt verklaard, maar ook wanneer je tegen je zin een andere functie krijgt. Wij willen dat de mensen fluitend naar hun werk gaan, wat er ook gebeurt.’
Hoe probeert de FNV dit in de praktijk te bewerkstelligen?
‘Via een sociaal plan: wanneer er een reorganisatie plaatsvindt worden wij ingevlogen. We kijken wat de gevolgen zijn voor het personeel en stellen aan de orde hoe de directie om zou moeten gaan met de veranderingen op individueel niveau. Wat gaan ze voor de medewerkers regelen? Wanneer zo’n sociaal plan rond is, schakelen we vervolgens bureaus als Brooklyn in om een traject te begeleiden. Het is niet zo dat mensen voor wie het een en ander verandert zich juichend bij Brooklyn melden, maar door de manier waarop er met ze om wordt gegaan en door het perspectief dat wordt geboden krijg ik vooral positieve reacties. De oorzaak is nooit leuk, maar je biedt wel iets waarmee mensen weer verder kunnen.’
Zo’n sociaal plan kost geld. Hoe staan de woningcorporaties hier over het algemeen in?
‘Men moest eerst even wennen aan het feit dat wij deze rol op ons nemen. Gelukkig hebben directies vaak wel oren naar onze ideeën, en willen ze daar ook afspraken over maken. Ze erkennen het probleem en zien in dat het getackeld moet worden. Wanneer de vakbond de begeleiding regelt is het bovendien voor medewerkers prettiger dan wanneer het door de werkgever wordt opgelegd. Iemand die de verandering niet aan denkt te kunnen heeft een andere mentale conditie dan iemand die denkt: carrière, here we come. Daar moet je rekening mee houden.’
Waarom is duurzame inzetbaarheid zo belangrijk?
‘Je ziet nu heel sterk in discussies en cao-onderhandelingen dat duurzame inzetbaarheid een probleem is. Bij de woningcorporaties is weinig mobiliteit en daar is op zich niets mis mee, maar het moet geen vanzelfsprekendheid zijn. Als je kijkt naar de voorspellingen is het vrij zeker dat het er voor bepaalde beroepsgroepen binnen de corporaties niet goed uit ziet. Door automatisering gaan administratieve functies verdwijnen. Dat besef dringt ook steeds meer door tot de mensen die zo’n soort baan hebben. Geert-Jan Waasdorp zegt: “iedereen heeft een plan B nodig.” Stel dat het stopt, wat ga je dan doen?’
Het geld voor individuele trajecten wordt vrijgemaakt door mensen te korten op het bedrag dat ze meekrijgen bij ontslag. Hoe gaan jullie hier mee om?
‘Daar hebben we landelijk inderdaad kritiek op gehad. Wij bieden handvatten, maar het kost tijd om dit begrepen en geaccepteerd te krijgen. In een sociaal plan verlagen we de ontslagpremie om geld vrij te maken om mensen perspectief te bieden. Als je geen plan B hebt, en je komt op straat te staan, wat dan? Want geld is zo op. Dat is echt een omslag die gemaakt moet worden.’
(Realisatie: SCHERP! media)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten